DTAP is dead; a tale of continuous delivery
Ooit was het leven van een front-end web ontwikkelaar eenvoudig. Je schreef wat JavaScript in één bestand, wat CSS in een ander bestand. Uiteindelijk voegde je een linkje naar de eerste twee toe in een HTML bestand en klaar was kees. Misschien is dat nog steeds het geval voor een simpele website. Maar voor de meeste front-end webontwikkelaars is het leven al lang niet meer zo eenvoudig.
Tegenwoordig zijn veel webpagina's volledige applicaties. Sommige zelfs heel groot en complex. Denk maar eens aan de Azure management portal of Outlook.com. Dit soort applicaties bevatten veel code en meestal ook veel afhankelijkheden van andere componenten.
Gelukkig zijn er tegenwoordig veel tools die ons kunnen helpen. Package managers zoals NPM helpen bij het vinden en publiceren van modules. Compiles zoals Babel laten ons de laatste generatie ECMAScript syntax gebruiken. Talen zoals LESS of SASS maken onze CSS veel modulairder en makkelijker te onderhouden. Linters zoals ESLint of SCSS-Lint helpen bij het bewaken van de kwaliteit van de source code. Unit test frameworks zoals Mocha en Jasmine helpen met unit testen van onze code. End to end test tools zoals Selenium helpen weer bij complete integratie testen. En natuurlijk zijn er weer task runners zoals Gulp en Grunt om te zorgen dat alles goed samen werkt.
In deze sessie laat Maurice de Beijer zien wat er allemaal aan front-end tooling te vinden is. Hij komt met advies wat wel en niet te gebruiken en wat je voor de toekomst in de gaten moet houden.